Begin mei trokken Aline, Line, Zoé en Marlies naar Benin om hun zussen te ontmoeten tijdens het Girl Power project. Een sportproject dat meisjes sterker en zelfzekerder maakt. Elke week schrijft Marlies, ambassadrice en journaliste, haar ervaringen en ontmoetingen neer.

Tijdens ons projectbezoek in Benin eind april, ontmoetten we veel mensen die betrokken zijn bij het project. En natuurlijk ook de meisjes zelf, de hoofdrolspeelsters. Eén van de meisjes waar ik mee sprak, is de zeventienjarige Fati. Ik leerde haar kennen op de derde en vierde dag van de missie. We hadden echter geen twee dagen nodig om een klik te hebben. Die was er al na enkele minuten...

Het ijs breken deden we aan de hand van een 'Chinees portret', een spel om elkaar beter te leren kennen. Ik kom te weten dat Fati twee broers en drie zussen heeft, met wie ze voetbalt. Ze houdt van voetbal. Fati vertelt er ook bij dat ze vroeger altijd de jongens zag voetballen en zich afvroeg waarom meisjes niet mochten spelen.

Maar dankzij het project van Plan kunnen we dat nu wel. Jongens en meisjes zijn gelijk, het geslacht is het enige verschil tussen de twee", zegt ze.

Boem! De essentie, in één zin. Fati vertelt ook heel wat over het project. Dat er een trainer is die hen oefeningen laat doen en hij zelfs opdrachten meegeeft om thuis te doen. Dat vindt Fati dan weer fantastisch. Maar haar ouders, die waren niet onmiddellijk te vinden voor het project. Ze waren bang dat ze zich pijn zou doen of ergens anders naartoe zou gaan dan naar de training. 

Beetje bij beetje zagen ze dat het wel oké was en dat Plan de meisjes beschermt. Op 8 maart, Vrouwendag, hebben de mama's zelfs tegen de dochters gevoetbald. En de meisjes hebben gewonnen, natuurlijk!"

Ik kreeg er een immens grote glimlach bij. Ik wou dat ik je kon uitleggen hoe ik mij voelde tijdens het gesprek, maar woorden schieten te kort. Ik hoop dat ik Fati blij maak door haar verhaal te vertellen. Zij sloot mij onmiddellijk in haar hart en ik ben niet eens zo speciaal in vergelijking met haar. In vergelijking met al die meisjes daar.

Op hotel met konijn, mango's en kaas

Op een gegeven moment zegt Fati dat ze wil dat ik daar blijf wonen. Dicht bij haar. Als ik haar vraag waar ik moet wonen, antwoordt ze serieus: "In een hotel hier.En je mag van mij een konijn hebben, mango's en kaas." Ze weet dat ik van die dingen hou, want ik had dat gezegd tijdens ons Chinees portret. En zij had dat onthouden. Ik kan alleen maar denken: "Wat lief dat ze die dingen nog weet."

Over haar kom ik te weten dat ze graag zingt. "Ook al heb ik daar de stem niet voor", grapt ze toe. "Ik rap en ik ben choreografe in een dansgroep." Fati is vastberaden om verder te studeren. Fati's ouders zijn zelf niet naar school kunnen gaan en vinden het daarom belangrijk dat hun kinderen die kans wel krijgen. Wat ze wil studeren?"Filosofie. Dat gaat over het leven." Het is duidelijk dat het haar erg interesseert. Maar ook politieagent vindt ze een belangrijk beroep. "Het geeft kracht en veiligheid. Als agente zou ik veiligheid kunnen geven aan anderen."

Knikkende knieën

Na de gesprekken met de meisjes, krijgen we te horen dat we een voetbalwedstrijd zullen spelen. Wat?! Tijd om te panikeren heb ik niet, want ik ga mee met Fati naar haar huis. Ze toont me de huisjes van haar tante en oma, en van haar zelf. Terwijl ze zich gaat klaarmaken voor de wedstrijd, praat ik met haar moeder.

Fati is minder verlegen dan vroeger. Het project heeft haar zelfzekerder gemaakt. Ik ben echt heel trots op haar."

Dat kon ik ook zo zien aan haar gezicht. Mijn ambassadrice is klaar en we vertrekken naar de match. Ik met knikkende knieën, zij met opgeheven hoofd. Wij, de Belgische ambassadrices, lopen. Wij doen mee aan een obstakelrace van 18 km. Voetbal is dus niet echt onze sterkste kant. En wij moeten voetballen tegen meisjes die daar steengoed in zijn. Hun sport ís voetbal. Maar ze stellen ons al snel gerust en moedigen ons aan.

"Blijven vechten, hé!"

Het moment dat we op het veld staan, vier ambassadrices uit België en de vier uit Benin zijn we één team. De Belgische meisjes staan er wat verward bij, niet heel zeker hoe we het zullen aanpakken. Maar we krijgen duidelijke instructies: "Je moet die kant op spelen en jullie vallen aan." Niet heel zeker van ons stuk beginnen we eraan. En wat is het warm! 40°c, da's niet om mee te lachen. Laat staan een aangename temperatuur om sprintjes in te trekken. Na vijf minuten staan we - de vier Belgische meisjes, natuurlijk - al te puffen en te blazen. Maar, er wordt gescoord! Feest op het veld. De wedstrijd gaat onmiddellijk verder. Na een kwartier spelen, fluit de scheidsrechter af en moeten we wisselen van kant. ("Heu? Niet eerst een slokje water?" Dat is wat ik aflees van de gezichten van mijn Belgische teamgenoten. En wat waarschijnlijk ook op het mijne te lezen stond.)

De wedstrijd start weer en de meisjes moedigen ons aan. "Blijven vechten, hé! Sterk spelen!", roepen ze. Het is een beetje de hel. De hitte, het stof. Dat was het zwaarste halfuur van mijn leven. Na een kwartier is het gedaan. De wedstrijd is gespeeld én gewonnen. Met een rode kop en tranen in de ogen kom ik van het veld. En ook Zoé, Line en Aline zijn kapot. We kijken allemaal naar de Beninse meisjes, en zijn trots. Dat zij zo sterk zijn. Hun wedstrijden duren normaal een uur! Ze hebben ons geleerd om vol te houden en sterk te zijn. En wat zijn we blij dat we samen gewonnen hebben. Wij waren geen vier Belgische en vier Beninse meisjes. Wij waren één team.

  • Hoe kan jij helpen? Steun ons project via onze eigen Superplanpagina.
  • Meer informatie over het Girl Power project vind je op onze website.